Binnenland

Figuur van de week – Marianne Stranger

Tien jaar geleden haalde ze al de media met haar oproep om klaslokalen vaak en goed te verluchten in de strijd tegen slechte bacteriën. Deze week was ze opnieuw prominent aanwezig, vooral in de geschreven pers en op de radio in het kader van de coronapandemie. Marianne Stranger is al jarenlang een bezige bij in het Vlaams Instituut voor Gezond Leven.

“Verluchten is zeer belangrijk. Ventilatie moet het volgende wapen tegen het coronavirus worden. De lucht verversen belet dat virusdeeltjes zich opstapelen in gesloten ruimtes”, steekt Marianne Stranger van wal. Stranger is xpert binnenhuislucht van de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (Vito). “Aanvankelijk gingen de wetenschappers ervan uit dat het virus zich verspreidde via rechtstreeks contact en vooral via druppels in de lucht, die vrijkomen bij hoesten, niezen of ademhalen, in dicht contact met andere mensen. Maar ook minuscule zwevende druppeltjes (‘aerosolen’) kunnen het virus dragen. Die druppeltjes kunnen een grotere afstand overbruggen dan de anderhalve meter die wij respecteren. Ze kunnen ook langere tijd in de lucht zweven dan de grotere exemplaren, tot drie uur.”

Luchtgedragen besmetting

Sommige studies concluderen dat dit in een vroeg (zelfs asymptomatisch) stadium van de ziekte het geval is, en minder als een patiënt al in het ziekenhuis ligt. Nog een aanwijzing is dat er virusdeeltjes gevonden zijn op oppervlakten in huis die besmette mensen nooit aangeraakt hebben. Oorzaken: gesloten ruimtes, langdurige blootstelling en slechte ventilatie.

“Mondmaskers dragen en afstand houden volstaan in gesloten ruimtes niet om de aerosolen ­tegen te houden”, reageert Marianne Stranger. “Het komt erop aan goed te ventileren. De lucht in de ruimte voldoende vaak verversen belet dat de virusdeeltjes zich opstapelen en dat de kans op besmetting toeneemt. Dat geldt voor klaslokalen, werkplekken, maar ook voor de woning.”

Voldoende vaak

Wat is voldoende vaak? “Dat hangt van de grootte van de ruimte en het aantal aanwezigen af”, zegt Stranger: “Er zijn modellen die uitkomen op vijf keer per uur voor een kamer met 25 mensen en één geïnfecteerde. Om te weten of de lucht in de ­kamer nog vers genoeg is, biedt een CO 2-meter de beste indicatie. Dat broeikasgas ademen we uit, net als de gevreesde druppeltjes. Er zijn ook virusmeters op komst, maar die staan nog in de kinderschoenen”, vult Stranger aan. Haar belangrijkste advies is eenduidig en simpel: zet zo veel mogelijk je ramen open. “Zet ze de hele dag gekanteld. Aan twee kanten van het huis, als dat mogelijk is. Ook als het buiten koud is. Comfort is nu even ondergeschikt aan gezondheid.”

In moderne kantoren kunnen de ramen vaak niet meer open en is er dikwijls, zoals bij recente woningen, een mechanisch ventilatiesysteem ingebouwd. “Dat moet wel goed werken. Vaak wordt het ’s middags of op het einde van de dag uitgezet. Dat zijn momenten waarop het besmettingsrisico groeit.”

Vals gevoel van veiligheid

Door het veralgemeende telewerken is er in veel bedrijven minder volk op de werkvloer. Geldt het ventilatieadvies dan even sterk? Stranger: “Toch wel. Stel dat er twee mensen op kantoor zijn, maar een van hen is drager. Dan kan die net zo goed de collega besmetten die zich de hele dag in dezelfde ruimte bevindt. Zelfs als ze afstand houden en beiden een mondmasker dragen.”

Goed bedoelde ingrepen zoals plexiglas-panelen tussen bureaus kunnen een vals gevoel van veiligheid geven, waarschuwt Stranger. “Ze kunnen een windstille ruimte creëren waar aerosolen net langer in de lucht kunnen blijven hangen. Voor de grotere druppels zijn ze wel efficiënt. Om je te beschermen, zijn én een mondmasker, én handen wassen, én afstand houden, én ventileren nodig. Tot dusver werd in de communicatie naar de bevolking nog te weinig ingezet op ventilatie. Het is nog belangrijker geworden nu we weten dat het virus gaandeweg besmettelijker werd.”