Binnenland

Impact megastallen onderschat

De vernietiging van de vergunning voor een megakippenstal in Kortessem blijft nazinderen. Het gros van onze beschermde natuur­gebieden kreunt onder de druk van te veel stikstof. Ook onze gezondheid heeft eronder te lijden. De gevolgen van de grootschalige landbouw gaan ver. “Onze veehouderijen kunnen bijdragen tot de smog in Parijs”, zegt Tim Nawrot van de universiteit van Hasselt.

Stikstofbombardement

Vlaanderen heeft een stikstofprobleem waar amper over wordt gepraat. Vooral de landbouw (ammoniak) en het verkeer (stikstofoxides), en in mindere mate de huishoudens en de industrie (stikstofoxides), zijn daarvoor verantwoordelijk. Gemiddeld valt in Vlaanderen jaarlijks 23,4 kilogram stikstof neer per hectare. Niet elke soort vegetatie kan zoveel stikstof verdragen. De drempel ligt, afhankelijk van de kwetsbaarheid, tussen 6 en 32 kilogram per hectare. Kwetsbare vegetatie, zoals een veengebied, kan maar 8 kilo aan. Bij eikenbomen ligt de grens eerder op 20 kilo. Uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt dat in 80 procent van de Vlaamse Natura 2000-gebieden de kritische drempelwaarde voor de instandhouding is overschreden. Daarmee verzaken we aan onze plicht om die gebieden in stand te houden.

Er kan geen stal meer bij

In welke mate zijn landbouwbedrijven en megastallen verantwoordelijk voor die stikstofcrisis? De helft van de stikstof die in Vlaanderen neerslaat, komt uit het buitenland (inclusief Brussel en Wallonië) – daar hebben we dus geen vat op. Maar van het deel waar we zelf verantwoordelijk voor zijn, komt twee derde van de landbouw. In landbouwregio’s is de bijdrage van de veeteelt aan het stikstofprobleem in verhouding nog groter.

Bovendien neemt het aandeel van de landbouw toe. Terwijl de verkeersemissies al jaren gestaag dalen, blijven die van de landbouw al ruim tien jaar op hetzelfde ­hoge niveau hangen. Tot 2008 was er een daling van de ammoniakuitstoot, maar toen stopte het. Dat is, toevallig of niet, ook de periode waarin de bouw van megastallen een explosie kende.

Draagkracht van de natuur

De belangrijkste vaststelling is dat de draagkracht van de natuur, met een neerslag van ruim 30 kilo per hectare in grote delen van de twee gemeenten, er ver is overschreden. Net zoals in de meeste Vlaamse habitatgebieden zitten we over de grenzen die Europa toelaat. Dat betekent dat er in principe geen enkele stal meer mag bijkomen, tenzij de bijkomende impact op de natuurgebieden nul is. De Europese richtlijn is daarover duidelijk: de lidstaten moeten maatregelen nemen om ­erop toe te zien dat de kwaliteit van de ­natuurgebieden niet verslechtert. En ­nieuwe projecten mogen pas vergund ­worden wanneer de overheid zeker is dat het nabijgelegen natuurgebied niet wordt aangetast.

Deken van fijn stof

Die cijfers en studies zouden ons moeten wakkerschudden. Dat doen ze niet. In ­Nederland leidden gelijkaardige cijfers tot hevig maatschappelijk debat. Na tussenkomst van het Europese Hof van ­Justitie en de Raad van State werd een ­rammelende stikstofregelgeving, die te veel op maat van de landbouw en de industrie was geschreven, opgedoekt. De facto leidde dat tot een stop op de bouw van nieuwe grote stallen. Bij ons gaat de bouw en uitbreiding van grote stallen gewoon door. In Kortessem en Borgloon is die tendens voorlopig gestopt door de tussenkomst van de gewone burger, verzameld in actiecomités.

Ammoniak

Nochtans heeft behalve de natuur ook onze gezondheid eronder te lijden. “Ammoniak speelt in de atmosfeer een sleutelrol bij de vorming van secundair anorganisch fijn stof”, legt Frans Fierens, hoofd van de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (Icel) uit. “Dat secundair fijn stof vormt ­ongeveer 40 procent van de totale massa aan fijn stof. Bij het fijnere (en gevaarlijkere) PM 2,5 is dat aandeel hoger dan bij het grovere PM 10. Ook in het voorjaar, tijdens episodes van ‘lentesmog’, is dat aandeel ­hoger.”

“Dat fijn stof legt een deken over een ­regio”, beaamt milieu-epidemioloog Tim Nawrot van UHasselt. “Zeker de impact van dat secundair fijn stof reikt ver. Vlaamse veehouderijen kunnen bijdragen tot de smog in Parijs. Over de vraag wat de gezondheidsimpact is van grote stallen op de onmiddellijke omgeving, zijn de studies niet eenduidig. Lopen mensen die rond grote stallen wonen een groter risico op astma of andere longziektes? Het zou kunnen, maar we weten het niet zeker. Relevanter vind ik dat gevaarlijke deken van fijn stof over grote gebieden, waar ook de landbouw toe bijdraagt. Daarover bestaat wel consensus. Als je iets wil doen aan het fijnstofprobleem, moét je ook naar de landbouw kijken.”

Luchtwassers laten het afweten

Ter verdediging van megastallen voeren landbouwers aan dat grotere stallen schoner zijn. Vaak verantwoordt de landbouwer zijn aanvraag door te kiezen voor emissiearme stallen met luchtwassers, die de uitstoot van ammoniak met ongeveer driekwart moeten verminderen. Een nieuwe stal met luchtwasser vervangt dan een ­oude stal die zwaar vervuilend was. Ook ­minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) argumenteert dat nieuwe technologie schaalgrootte vereist. En de boer zelf houdt nauwelijks iets over aan een kip of varken, en wordt in feite gedwongen tot de schaalvergroting.

Maar is dat wel zo? Hoe komt het dan dat de ammoniakuitstoot, ondanks de vele nieuwe en ‘schonere’ stallen, al twaalf jaar niet meer zakt? Per dier wordt er misschien minder uitgestoten, maar het aantal dieren neemt toe. Wat ook buiten beeld blijft, is de bijhorende toename van de mestproductie, wat bijdraagt tot het mestoverschot en de vervuiling van het grond- en oppervlaktewater. Opvallend ook: het rendement van emissiearme stallen is ondermaats. De technieken die in MER-rapporten worden voorgesteld, gaan uit van een theoretisch rendement in labo-omstandigheden. Uit steekproeven in de praktijk blijkt dat ze vaak maar een fractie van het beloofde rendement halen. Ook staan de systemen soms niet aan. Bij controles die de milieu-inspectie van het Departement Omgeving vorig jaar deed bij 56 varkens- en kippenbedrijven, bleek de helft van de luchtwassers niet fatsoenlijk te werken. Een op de vijf installaties was niet actief. Milieu-inspecteurs bevestigen ons dat er bij elke controle wel iéts te vinden is; vaak dat die systemen niet werken of niet voldoen.

Zorgenkind

De landbouw blijft het zorgenkind. Hoe kan die de stilstand van de voorbije tien jaar doorbreken? Betere systemen, die doen wat ze beloven, lijken onvermijdelijk. Ook een ander voedingspatroon voor de dieren kan de stikstofuitstoot naar beneden halen. De vraag blijft hoe ver we daarmee springen, en of we de discussie over de afbouw van de veestapel nog langer uit de weg kunnen gaan. Hoe groot dat taboe is, blijkt uit de spanning die ontstaat binnen de Vlaamse regering, tussen de CD&V die van een gedwongen afbouw niet wil ­horen en de andere partijen die de discussie niet langer uit de weg willen gaan.