Binnenland

Kritiek op Decroo en Verlinden na slechte aanpak crisis overstromingen

De kritiek op de aanpak van de noodhulp na de overstromingen die vooral de provincie Luik midden juli hard troffen, blijft aanzwellen. Op het terrein klinkt al dagenlang de noodkreet dat er een gebrek is aan coördinatie van de hulp. De N-VA, de grootste federale oppositiepartij, vraagt dat de Kamercommissie-Binnenlandse Zaken bijeenkomt.

Op 15 juli trok minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) de coördinatie van de ramp naar zich toe. Dat is de federale fase van het rampenplan, waarbij het Crisiscentrum de hulpverlening op zich nam. Logisch, want er werd met hulpverleners van over het hele land gezocht naar slachtoffers. Zodra die operatie was afgerond en de opkuis moest beginnen, werd de coördinatie op 26 juli overgedragen aan het provinciale niveau. ‘De acute fase van de ramp is voorbij’, oordeelde het kabinet-Verlinden. Dat bleek achteraf niet te kloppen. Het échte werk moest dan nog beginnen.

Gebrek aan coördinatie

De gouverneurs spelen een belangrijke rol in de crisisbestrijding, maar omdat die functie vaak wordt gebruikt als uitbolbaan voor politici op hun retour is niet elke gouverneur even geschikt die op zich te nemen. Vooral in de provincie Luik, de zwaarst getroffen provincie, dook al snel een gebrek aan coördinatie op bij het ondersteunen van wie zijn woning verloor en bij het opruimen van de schade.

Er worden veel vragen gesteld bij het functioneren van de Luikse gouverneur Hervé Jamar, die er niet in slaagde een slagkrachtige crisiscel te installeren. Met de oprichting van een Commissariaat voor de Heropbouw op regionaal niveau probeerde Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) daar een mouw aan te passen, al leidt dat voorlopig niet tot de verhoopte resultaten. De regio’s hebben, in tegenstelling tot het federale niveau waar de rampenplannen klaarliggen, amper ervaring met het beheren van dergelijke crisissen. Conclusie: ‘De federale fase werd te vroeg opge­geven’, vindt N-VA-Kamerlid Yngvild Ingels, die adviseur crisismanagement en adjunct-kabinetschef was toen Jan Jambon (N-VA) minister van Binnenlandse Zaken was. Ingels trok woensdag naar Trooz en Chaudfontaine om er de schade op te meten. ‘Er is misschien weer elektriciteit, maar voor de rest is er een tekort aan alles. De mensen voelen zich aan hun lot overgelaten. Dan kan je niet zeggen dat de acute fase van de ramp voorbij is’, besluit ze.

Grootste ramp door premier niet opgevolgd

De N-VA gaat Kamervoorzitster Eliane Tillieux (PS) vragen de Kamercommissie- Binnenlandse Zaken bijeen te roepen. De Kamer is in reces, waardoor geen zittingen plaatsvinden. ‘We willen een duidelijke stand van zaken krijgen en begrijpen waarom de minister van Binnenlandse Zaken en de premier de grootste ramp die ons land ooit heeft gekend niet beter hebben opgevolgd’, zegt Ingels.

Een ervaren rot in het crisisbeheer drukt het zo uit. ‘Bij zo’n crisis trek je als bevoegde minister je laarzen aan, ga je ter plaatse en blijf je daar tot de situatie onder controle is. We zien nu ministers die vooral tweeten over de Olympische Spelen. Voor de geloofwaardigheid van de politiek is dat dramatisch.’

De premier van België op twitter tijdens de grootste overstromingscrisis ooit

De N-VA verwijt minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) een gebrek aan ervaring en vraagt dat de bevoegde Kamercommissie vervroegd wordt bijeengeroepen.

Minister Verlinden van Binnenlandse Zaken op Twitter
tijdens de ergste crisis ooit die ons land trof