Binnenland

Weermannen unaniem: “Het wordt de koudste week in negen jaar”

“Het wordt de komende week zó koud dat het de koudste week wordt in negen jaar tijd.” Dat zegt weerman Frank De Boosere. Met ’s nachts vriestemperaturen zelfs tot -10 graden of lager. Ook overdag blijft het vriezen.

De temperaturen stijgen de komende dagen niet boven het vriespunt. “Vandaag is er nog wat kans op sneeuw, maar de rest van de week krijgen we allicht brede opklaringen met veel zon. Het lijkt alsof februari de sombere januarimaand gaat compenseren”, zegt weerman David Dehenauw. Die zonnestralen zullen niet voor veel warmte zorgen. Integendeel, brede opklaringen staan garant voor stevige vriestemperaturen. Maar waar komt die vrieskou plots vandaan? “We hebben voortdurend te maken met noordelijke tot noordoostelijke luchtstromingen”, zegt collega Frank Deboosere. “Dat is lucht uit Polen en Wit-Rusland, waar het zeer koud is. Er is ook een hogedrukgebied in Scandinavië met serieuze diepvrieskou. Daardoor gaat het hier tot volgend weekend dag en nacht vriezen.”

Dikste laag, koudste nacht

De laagste temperaturen zullen worden opgetekend op de plaatsen met de dikste sneeuwlaag. “Sneeuw is een heel goede isolator. Als er als het ware een ‘sneeuwdeken’ ligt, kan de warmte van de aarde niet uitstralen en koelt het ’s nachts nog harder af”, zegt Deboosere. “We verwachten opklaringen, misschien al in de nacht van maandag op dinsdag, en dan kan het snel gaan. Het kan -10 graden worden, en het zou me niet verwonderen dat het zelfs nog kouder wordt. De komende nachten zullen we de laagste temperaturen hebben in Hoog-België, maar ook in de Kempen omdat daar de meeste sneeuw is gevallen.” We krijgen dus zes opeenvolgende dagen vriesweer, wat eerder uitzonderlijk is. Wanneer het vijf opeenvolgende dagen vriest, waarvan drie dagen met minimumtemperaturen van -10 of lager, is er sprake van een koudegolf. “Of we dat in Ukkel gaan halen, durf ik te betwijfelen”, zegt Deboosere. “Het is wel al heel lang geleden dat we nog zoveel opeenvolgende ijsdagen hadden. In 2012 hadden we er tussen 30 januari en 12 februari veertien na elkaar. Gemiddeld tellen we elk winterseizoen zeven ijsdagen. En dat is het cijfer dat we allicht gaan halen, want we hebben er deze winter al eentje gehad, toen de maximumtemperatuur op -0,1 graden bleef steken. Maar ter vergelijking: eind negentiende eeuw waren er gemiddeld zeventien ijsdagen.”

“Klimaatontkenners sturen me nu berichten zoals: ‘Waar zit ge nu met uw klimaatopwarming?'”, vertelt Frank Deboosere. “Alsof ik ooit heb gezegd dat er geen strenge winters meer zouden zijn. 2020-2021 zal trouwens niet de boeken ingaan als een strenge winter. Wat we nu beleven is een winteropstoot, zoals die vroeger wel vaker voorkwamen. Gemiddeld genomen hebben we nu minder sneeuwdagen dan 30 of 50 jaar geleden, maar dat belet niet dat er eens een winter uitspringt.”

Geen vlokje in de Ardennen

Dat Vlaanderen gisteren wakker werd met een wit tapijt terwijl de Ardennen sneeuwvrij bleven, is wel opmerkelijk. “Je hebt de botsing tussen warme en koude lucht, en die grens kan overal liggen”, zegt Deboosere. “Frankrijk en een stukje Ardennen zijn lang in warme lucht blijven hangen. Daar is dus regen gevallen in de plaats van sneeuw. De grens liep toevallig door Vlaanderen.”

“Normaal is het kouder in hoger gelegen gebieden, en daarom sneeuwt het daar ook vaker. En het zal je misschien verbazen, maar zelfs in de zomer valt de meeste neerslag in de vorm van sneeuw. Die sneeuw komt tijdens het vallen in warmere luchtlagen terecht en smelt. De Ardennen, en zeker de Hoge Venen, liggen een stuk hoger dan bijvoorbeeld Antwerpen, en dan is het normaal dat de neerslag daar veel vaker valt in de vorm van sneeuw. De hoogste toppen van ons land kennen daardoor ook veel meer sneeuwdagen dan Vlaanderen. Maar nu zaten de Ardennen net niet voldoende in koude lucht, en konden ze zelfs niet eens profiteren van hun hoogtevoordeel.”