Binnenland

Zonnepanelen op je dak wordt kiezen tussen pest en cholera

De Vlaamse regering besliste dat de 470.000 gezinnen die nog geen digitale meter hebben die tot 2025 kunnen uitstellen. Zij kunnen dus toch nog vier jaar van de terugdraaiende teller genieten. Maar dan dreig je de eenmalige premie te verliezen. Het wordt weer bijzonder ingewikkeld.

Vroeg of laat komt Fluvius aanbellen om in jouw straat de digitale meter te installeren in elk huis. Je kan dat laten uitstellen. Maar het is de bedoeling dat alle eigenaars van zonnepanelen uiterlijk in 2025 een digitale meter krijgen. Vanaf dan stopt het verhaal van de terugdraaiende teller definitief.

Analoog of digitaal?

De hamvraag luidt nu: “Behoud ik mijn analoge meter nog vier jaar – samen met het voordeel van de terugdraaiende teller – of ga ik in op de eenmalige premie en laat ik dat slimme toestel toch maar meteen installeren? “

Het antwoord is niet eenvoudig of eenduidig en hangt vooral af van het zelfverbruik – de mate waarin de opgewekte elektriciteit ook meteen zelf wordt verbruikt. Om echt goedkoper af te zijn, is een zelfverbruik overdag van 55 tot 60% vereist, waar dit voor een Vlaams gezin gemiddeld zo’n 30% bedraagt. Daar zullen dus maar heel weinig mensen aan komen. De voorgestelde premie compenseert meestal ook niet het volledige verlies. Test Aankoop zette een ‘terugdraaichecker’ op zijn website, een tool die een waarheidsgetrouwe impact van de digitale meter op de elektriciteitsfactuur geeft.

“Een gemiddeld gezin zal daarvoor serieus zijn best moeten doen”, weet Alex Polfliet, expert zonne-energie bij adviesbureau Zero Emissions Solutions (ZES). “Ik spreek uit ervaring: je moet al bijna maniakaal met je zelfverbruik omspringen om aan 35% te komen. Het gemiddelde Vlaamse gezin blijft voorlopig best bij zijn terugdraaiende teller.”

Een warmwaterboiler op electriciteit met een schakelklok om overdag op te warmen tijdens de zonne-uren (12-16 uur) in plaats van via gas kan helpen. Volgens Test Aankoop verhoogt een elektrische boiler het zelfverbruik met 13%. Conclusie ook van Test Aankoop: tenzij je je zelfverbruik tot een hoog niveau kunt opkrikken, hou je wellicht best zo lang mogelijk het voordeel van de analoge terugdraaiende teller – tot eind 2024, dus. Tot uiterlijk eind 2025 kan je alsnog de eenmalige premie aanvragen.

Thuisbatterij is nog te vroeg

“Een thuisbatterij kan het zelfverbruik fel verhogen, maar nooit tot 100%”, zegt Polfliet. “De terugverdientijd ervan varieert van 12 tot 9 jaar, naarmate het zelfverbruik toeneemt. Echt winstgevend is ze daarmee nog niet, als je weet dat de levensduur gemiddeld zo’n 10 jaar bedraagt. De komende jaren zullen zulke batterijen wel almaar goedkoper worden. Wanneer volgend jaar het capaciteitstarief zijn intrede doet en de stroomprijs onder meer door pieken wordt bepaald, zal de thuisbatterij ook interessanter worden.”

De andere groepen

Eigenaars van warmtepompen die zonnepanelen plaatsten om hun elektriciteitsverbruik in de winter te compenseren, zijn bij uitstek het kind van de rekening.

Wie nu zonnepanelen neemt, heeft sowieso geen recht op het voordeel van de terugdraaiende teller en krijgt meteen een digitale meter. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof verandert daar niets aan. Er is wel nog een eenmalige premie van maximaal 1.500 euro.

De ongeveer 101.000 gezinnen met zonnepanelen die al een digitale meter hebben, verliezen sowieso hun ‘virtuele’ terugdraaiende teller. Hun meter stopt met terugdraaien zodra het arrest van het Grondwettelijk Hof – dat die regel vernietigde – wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dat kan nog een aantal maanden duren. Op dat moment hebben ze recht op de retroactieve investeringspremie die het verlies moet compenseren, en valt voor hen ook het te betalen prosumententarief weg.