Buitenland

2020 was een rampjaar voor het klimaat

Bosbranden in Australië, orkanen over de Atlantische oceaan, sprinkhanenplagen in Afrika: nooit eerder moesten de verzekeringen zoveel schadevergoeding betalen voor natuurrampen als dit jaar.

De tien duurste meteorologische rampen in de wereld van 2020 veroorzaakten samen voor 123 miljard euro verzekerde schade. Dat is meer dan in 2019 en weerspiegelt volgens het jaarlijkse overzicht van de ngo Christian Aid de lange­termijngevolgen van de klimaatopwarming.

De rampen in kwestie eisten minstens 3.500 mensenlevens en dwongen meer dan 13,5 miljoen mensen hun huis te verlaten. In Australië liepen de bosbranden dit jaar compleet uit de hand en in ­november raasde een recordaantal Atlantische orkanen. Omdat de meeste verliezen niet verzekerd waren, ligt de werkelijke kost van die catastrofes nog een pak hoger.

De armere landen moesten een onevenredig groot deel van de ­gevolgen dragen, staat in het rapport onder de naam ‘De kosten van 2020 opgeteld: een jaar van ­klimaatinstorting’.

Amper 4 procent van de economische verliezen die de lagelonenlanden moesten incasseren door extreme klimaatgebonden gebeurtenissen was verzekerd, citeert Christian Aid een studie die vorige maand verscheen in The Lancet. In de economieën met een hoog in­komen lag dat cijfer op 60 procent.

Orkanen, tyfonen, cyclonen

Extreem weer richt al sinds mensenheugenis onheil aan, lang voor de mens het klimaatsysteem van de planeet in de war begon te ­sturen. Maar de oplopende temperatuur van het aardoppervlak ­vergroot de effecten van die fenomenen. Dat blijkt onweerlegbaar uit meer dan een eeuw aan data over temperatuur en neerslag, ­gekoppeld aan decennia satellietgegevens over orkanen en de stijging van het zeeniveau.

Massieve tropische stormen – orkanen, tyfonen en cyclonen – zijn tegenwoordig vaak krachtiger, ze duren langer, brengen meer ­water met zich mee en leggen meer afstand af dan vroeger.

Het afgelopen jaar 2020 zagen we een recordaantal Atlantische orkanen, met minstens 400 dodelijke slachtoffers en 33,5 miljard euro schade. Het laat vermoeden dat de wereld in de toekomst nog meer zulke stormen zal meemaken.

‘De klimaatverandering heeft ook in 2020 lelijk huisgehouden, of het nu gaat om de overstromingen in Azië, de sprinkhanenplagen in Afrika of de stormen in Europa en in Zuid- en Noord-Amerika’, zegt Kat Kramer, hoofd klimaatbeleid bij Christian Aid.

Zware moessonregens

In China en India waren er deze ­zomer zware overstromingen omdat het moessonseizoen er voor het tweede jaar op rij abnormale hoeveelheden regen met zich meebracht. Ook dat ligt in de lijn van de voorspellingen over het effect van de klimaatverandering op de neerslag. Vijf van de duurste gevallen van extreem weer in 2020 hadden te maken met het ongewoon regenachtige moessonseizoen in Azië.

‘De overstromingen in Bang­ladesh in 2020, die meer dan een kwart van het land onder water zetten, behoorden tot de ergste uit de geschiedenis’, zegt Shahjahan Mondal, directeur van het Instituut voor overstroming- en waterbeheer aan de Bangladesh University of Engineering and Technology.

Ook de bosbranden die on­gezien grote delen van Californië, Australië en zelfs het Siberische hinterland in Rusland – waarvan veel binnen de poolcirkel – in de as legden, wijzen op een warmere ­aarde. Voorspeld wordt dat het aantal bosbranden nog zal toe­nemen naarmate de temperaturen klimmen.

Akkoord van Parijs

Vergeleken met de late negentiende eeuw is de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde met minstens 1,1 graden Celsius gestegen. Dat gebeurde vooral tijdens de voorbije halve eeuw.

Met het klimaatakkoord van ­Parijs van 2015 verbindt de internationale gemeenschap zich ertoe om de opwarming van de aarde ­gezamenlijk te beperken tot ‘een stuk minder’ dan 2 graden Celsius en, indien mogelijk, zelfs anderhalve graad. Een rapport uit 2018 van het adviesorgaan voor de klimaatwetenschap van de Verenigde Naties wees uit dat 1,5 graad Celsius een veiligere drempel is. Volgens veel wetenschappers is de kans dat de aarde daaronder zal blijven echter miniem geworden.

‘Finaal zullen we de gevolgen van de klimaatveranderingen voelen door de extremen en niet door de gemiddelde veranderingen’, zegt Sarah Perkins-Kilpatrick, hoogleraar aan het Onderzoekscentrum voor klimaatverandering van de Universiteit van New South Wales.

Attributiewetenschap

De toenemende frequentie en intensiteit van de meteorologische rampen volgen de modellen en voorspellingen. Daardoor kan het nieuwe vakgebied van ‘attributiewetenschap’ met cijfers uitdrukken hoeveel waarschijnlijker de opwarming van de aarde het maakt dat zo’n gebeurtenis zal plaats­vinden. De ongeziene vuurhaarden die eind 2019 en begin 2020 zo’n 20 procent van de bossen in Australië verwoest hebben en tientallen miljoenen wilde dieren het leven kostten, waren door de ­klimaatverandering bijvoorbeeld 30 procent waarschijnlijker. Dat bleek uit onderzoek door het instituut voor milieuverandering aan de Universiteit van Oxford onder leiding van Friederike Otto.