Limburg

Aanwezigheid van indicatorleerlingen in Limburgs onderwijs daalt

Het aantal indicatorleerlingen (leerlingen met een schooltoelage en/of een laag opgeleide moeder) in het gewoon basis- en secundair onderwijs kent een duidelijke daling, daar waar in Vlaanderen dat cijfer stabiel bleef.

Leerlingen van het gewoon basis- en secundair onderwijs met een schooltoelage en/of een laag opgeleide moeder worden indicatorleerlingen genoemd. De aanwezigheid van indicatorleerlingen zegt iets over de aanwezigheid van kinderen met een maatschappelijk kwetsbare achtergrond in het onderwijs. Het gaat daarbij vaak om éénoudergezinnen die in moeilijke omstandigheden moeten leven.

In heel Limburg daalde het percentage indicatorleerlingen tussen 2010 en 2019 bij leerlingen gewoon basisonderwijs van 37,6% naar 33,9%. In Vlaanderen bleef dit percentage nagenoeg stabiel: 32,9% in 2010 versus 33,0% in 2019. Het Limburgs cijfer daalde in die periode dus richting Vlaams cijfer.

Het percentage indicatorleerlingen bij leerlingen gewoon secundair onderwijs daalde tussen 2010 en 2019 van 46,0% naar 43,5% in Limburg, in Vlaanderen was er slechts een minieme daling van 39,9% naar 39,0%. Ook hier daalde het Limburgs cijfer richting Vlaams cijfer, al zat het er nog een eind boven in 2019.

Daling nog beter in Haspengouwse gemeenten ten opzichte van de provincie

Opvallend is dat in de Haspengouwse gemeenten Alken, Wellen, Borgloon, Kortessem en Heers het aantal nog sterker daalt in vergelijking met het Limburgse gemiddelde. Enkel Sint-Truiden scoort iets hoger dan het gemiddelde.