Borgloon, Kortessem

Boerenbond houdt vast aan megastallen in Haspengouw

De klimaatuitdaging waarvoor de landbouw in Limburg staat, is kolossaal. Om de CO²-uitstoot naar beneden te krijgen moét de veestapel worden afgebouwd. Alternatieven zoals de pocketvergister bij de koeienboer in Alken of de dure geurfilters bij de uitbreiding van het aantal varkens in Borgloon, zullen nog niet half volstaan”, zegt Wannes Keulemans van de KULeuven.

De grootste winst om de hoeveelheid CO² naar beneden te halen is door de veestapel af te bouwen. Maar wie durft in te gaan tegen de boeren en hun machtige Boerenbond? In Nederland leidde dat tot een groot algemeen boerenprotest, dat trouwens sinds 2019 nog niet is gestopt.

Over tien jaar moet de Vlaamse landbouw een kwart minder broeikasgassen uitstoten dan in 2005. Onderzoekscentra zoeken naarstig naar technologische oplossingen, maar weinigen geloven dat die zullen volstaan. “Additieven voor veevoeder, mestverwerking, koolstofopslag in de bodem, isolatieschermen voor de glastuinbouw … We moeten dat allemaal zeker doen, maar als we daarmee ­tegen 2030 halverwege de doelstellingen raken, hebben we al goed gewerkt”, zegt Wannes Keulemans, emeritus hoog­leraar landbouwbeleid aan de KU Leuven. “Zelfs als we de maatregelen uit het ­klimaatplan realiseren, hebben we alleen het laaghangend fruit geplukt. Willen we de doelstellingen echt halen, dan zal er veel meer nodig zijn.” Opmerkelijk veel onderzoekers bevestigen deze visie.

Consuminderen

De veestapel is in Vlaanderen veel groter dan we nodig hebben om in de eigen behoeften te voorzien. We eten al jaren minder vlees (het thuisverbruik daalde van 23,7 kg in 2008 naar 16,4 kg in 2019) en drinken minder melk (van 42,3 liter per persoon in 2014 naar 36,2 liter in 2019). Toch kweken we niet minder dieren. Integendeel, met de ­afschaffing van de Europese melkquota nam het aantal melkkoeien nog toe. En zopas kreeg het landbouwbedrijf Haesen uit Borgloon nog groen licht voor de uitbreiding van haar varkensstapel. Volgens de Hoge Gezondheidsraad eten we nog altijd te veel vlees om ­gezond te zijn.

Andere noden

Een kleinere rundveestapel betekent minder uitstoot van methaan door de spijsvertering van koeien, minder uitstoot van methaan en lachgas door de dierlijke mest, maar er komt ook ruimte vrij. Het akker- en grasland dat vrijkomt, kun je dan inzetten voor andere maatschappelijke noden, zoals open ruimte, natuur en bos.

Taboerenbond

Voor landbouworganisaties en voor ­ministers van Landbouw is een inkrimping van de veestapel nog altijd taboe, ook door de economische gevolgen in de rest van de voedingsketen. In Nederland wordt daarover al twee jaar gedebatteerd. Een Kamerlid van D66 stelde voor om de veestapel te halveren. Het leidde tot massaal boerenprotest waarbij geweld en vernielingen niet werden geschuwd. De minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) trok vervolgens een half miljard euro uit om varkensboeren vrijwillig uit te kopen. Ze hoopte dat ze daarmee minstens 350 bedrijven kon laten stoppen, maar dat aantal heeft ze nog lang niet bereikt. Het geeft aan hoe moeilijk het is de veestapel te verminderen.

Wat gaat Vlaanderen doen?

In Vlaanderen komt er in 2025 een tussentijdse evaluatie. Dan moet de uitstoot al 15 procent gedaald zijn. Als landbouw niet op schema zit, komen er bijkomende maatregelen, ­dicteert het Vlaams klimaatplan. Minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) laat weten dat het om een harde doelstelling gaat, maar wat de bijkomende maatregelen zijn, is niet duidelijk. De minister houdt, naar goede CD&V/Boerenbond-traditie, geen rekening met een inkrimping van de veestapel. Maar in het klimaatplan, dat negen experts onder leiding van professor Gerard Govers (KU Leuven) maakten, wordt dat scenario wel degelijk aan­geprezen. Ook zij komen tot de conclusie dat de klimaatdoelstellingen voor landbouw niet gehaald kunnen worden als de rundvee­stapel niet met 30 procent inkrimpt. Daardoor zou de uitstoot met 20 procent dalen. De experts stellen voor dat de overheid een deel van die gronden zou opkopen: prijskaartje 1,5 miljard euro. Voordeel is dat een deel van de grond kan ­omgezet worden in bos, waardoor meer CO² gecapteerd kan worden en de netto uitstoot dus nog zou dalen.

De rol van Europa

De omslag waar landbouw voor staat, is groot en de vraag is hoe we die kunnen realiseren. Ten eerste is er de vraag hoe de boer nog zijn boterham kan verdienen. Want een grondgebonden veeteelt betekent minder dieren per bedrijf. De belangrijkste hefboom kan het Europees Landbouwbudget zijn. Dat bedraagt jaarlijks 58 miljard euro. Meer dan een half miljard euro daarvan gaat naar Vlaanderen. Tot nu ging het grootste deel van dat geld naar een hectaresteun – hoe meer grond een boer had, hoe meer steun – en naar de rundveeteelt. Als Vlaanderen en Europa een klimaat- en ­milieuvriendelijkere landbouw wil, moet ze de middelen ook anders inzetten.

De tweede vraag is: hoe worden de boeren bereikt om die transitie in te zetten? De Boerenbond speelt hierbij een cruciale rol. Die is nog altijd de alfa en de omega van de Vlaamse landbouw. Zonder hun steun is de transitie op voorhand mislukt. Zijn zij bereid mee te stappen in een radicaal andere manier van boeren? Voorlopig wijst weinig daarop. Maar als puntje bij paaltje komt, telt maar een zaak: hoe kan de boer zo goed mogelijk zijn kost blijven verdienen? Al wijzen de critici erop dat de Boerenbond meer begaan is met het lot van de bedrijven die leven van het werk van de boer dan dat van de boer zelf. Met Sonja De Becker heeft de bond een voorzitter die vooral in economische verdienmodellen denkt. Grootschaligheid blijft daarbij een belangrijk denkspoor. Dat in enkele jaren tijd de megastallen als ­paddenstoelen uit de grond konden schieten, is daarvan het beste bewijs.

Tentakels

De Boerenbond had de minister altijd aan de leiband. Met Zuhal Demir (N-VA), verantwoordelijk voor Omgeving, hebben ze nu wel een minister tegenover zich ­gekregen die bereid is de strijd tegen het grootschalig denken aan te gaan. Maar of ze die strijd ook kan winnen, valt af te wachten. De tentakels van de Boerenbond reiken diep in de Vlaamse administratie. Dat maakt het extra lastig om het beleid op een andere leest te schoeien.