Kortessem

Megastallen leiden wereldwijd tot mega-ontbossingen

Niet alleen stikstof, ook ontbossingen zijn een groot probleem bij het ontplooien van industriële kippenstallen. De kippen, varkens en koeien in megastallen eten massaal veel geïmporteerde soja, vooral uit Brazilië. De productie ervan leidt tot ontbossing, sociale conflicten en geweld, zo blijkt.

De landbouwersfamilie Roebben uit Kortessem heeft het al vaker uitgelegd vanuit de Opeindestraat: “Uitbreiden is een must om te overleven. Anders kunnen we beter stoppen.” De globalisering en de ‘verticale integratie’, waarbij veevoederbedrijven ook andere schakels van de productieketen in handen nemen, zetten het bedrijf het mes op de keel. De winst verdwijnt nu in de zakken van enkele grote spelers en investeerders.

De familie trekt zich nu terug om te beraadslagen over de toekomst van het bedrijf. Tot voor kort stond uitbreiding op de planning, zodat de twee zonen ervan zouden kunnen leven. Maar onlangs trok de boerenfamilie haar aanvraag tot uitbreiding in. Aanleiding was het strenge stikstofarrest van Minister Zuhal demir (N-VA).

De vervuiling die met megastallen gepaard gaat, noopt Europa, en dus ook Vlaanderen, tot actie inzake de problematiek van stikstof. Nu komt daar ook nog eens het vervuilende probleem van het veevoeder zelf bovenop.

Geïmporteerde soja

Eén ding blijft namelijk onderbelicht in de media. Wat eten al die kippen, varkens en koeien in megastallen? Veel geïmporteerde soja. België voert er jaarlijks een miljoen ton van in als veevoeder. Onze landbouw kan niet meer zonder. Deze peulvrucht heeft een zeer hoge eiwitconcentratie en is krachtvoer voor snelgroeiende veerassen. Dankzij de ‘wonderboon’ rolt er vandaag in België 2,7 keer meer varkensvlees en 2,6 keer meer kip van de band dan we zelf kunnen opeten. Soja smeert de trend naar schaalvergroting en zwengelt de overproductie aan. Veel van die productie wordt met flinterdunne winstmarges naar andere EU-landen uitgevoerd, of zelfs met verlies buiten Europa gedumpt, zoals melkpoeder. Alleen al voor de teelt van soja als veevoer heeft België, de facto vooral Vlaanderen, een elfde overzeese provincie nodig. Meer dan de helft van onze soja komt uit Zuid-Amerika, en vooral uit Brazilië. Daar leidt de productie niet alleen tot ontbossing, maar ook tot sociale conflicten en zelfs geweld – zoals onderzoek van Greenpeace al meermaals heeft aangetoond. De grootste kaalslag gebeurt in de Braziliaanse Cerrado, de meest biodiverse savanne ter wereld. Maar ook het Amazone­regenwoud en Gran Chaco, het op een na grootste bosecosysteem van Latijns-Amerika, staan onder zware druk door de expansieve sojateelt.

Slimme boekhouding

De hoge uitstoot die onze soja aan de overkant van de oceaan veroorzaakt, wordt buiten de officiële cijfers gehouden. Als we die wel zouden meetellen, bedragen de totale emissies van de Belgische veesector het dubbele van wat ons land rapporteert. Ook de cijfers waarmee de vorige Vlaamse minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) zwaaide om de klimaatimpact van onze veeteelt te minimaliseren, houden alleen rekening met mestbeheer en pensfermentatie (het verteringsproces bij herkauwers, waarbij het broeikasgas methaan vrijkomt), niet met het veevoeder. “Slimme boekhouding, die moet verhullen dat onze uitstoot in het buitenland aanzienlijk stijgt”, zeggen tegenstanders.

Kleinere veestapel haalbaar?

“We kunnen niet om een kleinere veestapel heen”, lijkt wel het nieuwe credo van Vlaams minister Zuhal Demir. Vroeg of laat zal Vlaanderen in die richting worden gedwongen door de Europese Green Deal, door de Europese voedselstrategie ( farm-to-fork) en door de klimaatrapporten van het IPCC. “Veel beter zou zijn om nu al nieuwe megastallen een halt toe te roepen, en onze veeboeren actief te ondersteunen in een duurzame transitie”, opperen deskundigen.