Haspengouw Nieuws

Megastallen in Haspengouw: wie regelt de dossiers voor de boer?

Achter een boer die grote stallen wil bouwen zoals in Borgloon of Kortessem, zit doorgaans een adviesbureau dat het proces van A tot Z begeleidt. De vraag is of die wel onafhankelijk genoeg zijn. Want meer stallen betekenen meer advieswerk, meer ontwerpen, meer bodemonderzoeken en meer winst voor de agro-industrie.

De bouw en de vergunningsaanvraag van een grote dierenstal is een complex gegeven. Boeren hebben houvast ­nodig in het kluwen van ­regelgeving over milieu of ruimtelijke ­ordening. Daarom laten ze zich bijstaan. Soms door voeder­firma’s, die als service voor hun klanten bouwprojecten van A tot Z begeleiden. Maar meestal roepen landbouwers de hulp in van een ­gespecialiseerd studie- en ­adviesbureau.

Verschillende bureaus zijn hierin actief. Een van de grootste is SBB, het advies­bureau van de Boerenbond. SBB verzorgt de boekhouding en geeft fiscaal, zakelijk en juridisch advies aan ondernemers en vrije beroepers. Maar omdat SBB voor honderd procent in handen is van de financiële holding boven de Boerenbond (MRBB), ligt een sterke focus op de landbouwers. Veertig procent van de landbouwers is er klant.

SBB maakt deel uit van een van de machtigste belangengroepen van het land. De MRBB is eigenaar van de grootste Belgische veevoederfabrikant (Aveve) en heeft participaties in de hele agroketen. Meer dieren betekent meer winst in alle schakels van die keten. Die dubbele pet kan de ­indruk wekken dat SBB niet alleen de belangen van de boer verdedigt, maar ook die van de industrie.

Jacky Swennen, verantwoordelijk voor de landbouwadviesverlening, ontkent. ‘Wij houden geen rekening met de rest van de holding, we opereren zelfstandig. Ons ­advies is niet ideologisch gekleurd, maar kijkt onafhankelijk naar de zakelijke belangen van de landbouwer. We leggen verschillende verdienmodellen naast elkaar en adviseren objectief, volgens wat economisch haalbaar is en wettelijk mogelijk. Het is de landbouwer zelf die beslist of hij groot wil gaan om de kleine marges te compenseren, of net meerwaarde zoekt in de korte keten.’

Alles wordt geregeld

Een andere naam die vaak voorkomt op aanvragen voor stallen, is die van het studie- en adviesbureau DLV. Het levert diensten ‘voor iedereen die wil ondernemen op het platteland’. DLV is een dochter van United Experts en is actief in Nederland en België. Onder die brede koepel zit een ­lokaal ­netwerk van zelfstandige adviseurs en boekhouders, een architectenbureau, een labo … Net als SBB regelt ook dit bureau ­alles voor boeren: aanvragen voor milieuvergunningen, aangiften bij de belastingen en bij de mestbank. Het schuift aan bij ­infoavonden voor buren of hoorzittingen bij de gemeente en de provincie. Het laat de verplichte grondwater- of ­bodem­onderzoeken uitvoeren. DLV regelt ook de milieu­effectenrapporten (MER) op basis waarvan overheden beslissen of ze al of niet vergunnen – een gouden document voor wie een stal wil bouwen. Zijn architectenbureau ­Parallel tekent stallen, maar DLV levert zelf ook attesten af voor emissiearme stallen.

Dat hetzelfde bedrijf verantwoordelijk is voor zowel het ontwerp van de stallen, de MER-studie ervan als de certificatie, roept vragen op. In 2017 stelde Groen-parlementslid Elisabeth Meuleman hierover een parlementaire vraag. Toenmalig minister van Leef­milieu Joke Schauvliege (CD&V) antwoordde dat de MER-coördinator en de MER-deskundigen geen belang mochten hebben bij het project, noch betrokken mochten worden bij de uitvoering ervan.

Nochtans lijken alle entiteiten van het universum van United Experts (DLV) er ­belang bij te hebben dat de projecten er ­komen. Meer stallen betekent meer advieswerk, meer bouwplannen en meer bodemonderzoeken.

Opvallend gunstige rapporten

Het cruciale MER dat landbouwers nodig hebben bij projecten van een bepaalde schaalgrootte (vanaf 85.000 kippen bijvoorbeeld), besteden de adviesbureaus uit aan onafhankelijke experts. Het valt op dat in zowat alle dossiers die DLV behandelt, hetzelfde Gentse studiebureau Eco-scan wordt ingeschakeld. Eco-scan, gespecialiseerd in milieu-impactstudies, was ooit een dochterbedrijf van DLV. Het werd in 2007 onder de naam farMER opgericht door DLV Bel­gium en Odournet (nu Olfascan), een specialist in metingen, analyses en advies in verband met geuroverlast. In 2015 stapte DLV uit het bedrijf en ging Eco-scan volledig op in het Gentse Olfascan. Formeel zijn er dus geen banden meer. Maar omdat er in Vlaanderen maar een drietal studie­bureaus is dat landbouw-MER’s maakt, werken de bedrijven nog steeds intens ­samen.

Impact stallen onderschat

Hoe onafhankelijk lopen de onderzoeken over de impact van stallen, als ze telkens door een voormalige dochterfirma worden gedaan? Advocaten van actiegroepen en milieuverenigingen, en studie­bureaus die in hun opdracht tegenexpertises uitvoeren, stellen vast dat de rapporten vaak opvallend gunstig zijn voor het project van de landbouwer.

‘De impact van de stallen wordt onderschat’, stelt Gunter Brems, zaakvoerder van het milieuadviesbureau Envicas. ‘Wanneer we de gegevens narekenen, ontdekken we regelmatig fouten. De afstand tot beschermde natuurgebieden of nabijgelegen woonwijken klopt niet altijd. Van geuroverlast of de impact van vrachtverkeer wordt bijvoorbeeld het jaargemiddelde berekend, terwijl die ­altijd in pieken komen. Zo werken ze toe naar het gewenste eindresultaat.’

Wiens brood men eet

Een geur- of impactstudie laten opstellen kost minstens 10.000 euro. Landbouwers verwachten iets voor dat geld, hun toekomst hangt ervan af. ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’, stelt de ­Ravelse omgevingsambtenaar Van de Pol. ‘Die procedure zet de deur open voor ­belangenvermenging.’

Eco-scan-ceo Van Elst countert: ‘Dit is het principe dat “de vervuiler betaalt”, ­zoals dat ook in zoveel andere sectoren het geval is. Dat betekent niet dat wij rapporten “op maat” schrijven. Als deskundigen worden we door de overheid gecontroleerd. Onze erkenning verplicht ons objectieve en wetenschappelijk onderbouwde dossiers uit te werken.’