Media & Cultuur

Cover van Kuifje-album “De blauwe lotus” brengt 3,175 miljoen euro op

Op een veiling in Parijs is een coverontwerp voor het Kuifje-album “De blauwe lotus” van de Belgische striptekenaar Hergé afgehamerd voor het recordbedrag van 3, 175 miljoen euro, een wereldrecord. De tekening in gouache, Oost-Indische inkt en aquarelverf uit 1936 werd uiteindelijk niet gebruikt voor de cover van het album omdat het kleurenpalet te duur was om te drukken.

De Belgische striptekenaar Hergé (echte naam Georges Remi) maakte de ontwerptekening in gouache (plakkaatverf), Oost-Indische inkt en aquarelverf in 1936. Ze bevatte zoveel kleurnuances dat uitgeverij Casterman besloot om ze niet te gebruiken voor het album, omdat het drukken daardoor te duur zou worden. Hergé maakte een andere tekening met een eenvoudiger kleurenpalet die wel genade vond in de ogen van de uitgever. 

Voorafgaand aan de veiling was er een betwisting over wie de rechtmatige eigenaar van de tekening was. Volgens het ene verhaal heeft Hergé de tekening destijds geschonken aan de kleine Jean-Paul, het zevenjarige zoontje van uitgever Louis Casterman. Die vouwde de tekening in zessen om ze te bewaren. Ze is later wel verschillende malen tentoongesteld, maar Jean-Paul Casterman heeft ze nooit verkocht. Hij overleed in 2009.

Betwisting over eigendom

Die versie van de feiten wordt betwist door Nick Rodwell. Hij is getrouwd met de weduwe van Hergé en is de zaakvoerder van Moulinsart, het bedrijf dat wereldwijd de rechten van Kuifje beheert. In zijn versie van het verhaal heeft Hergé de tekening zelf opgevouwen en in een omslag gestopt, toen hij ze verstuurde naar Casterman-redacteur Charles Lesne voor een eerste beoordeling. Hij zou er ook een brief aan vastgeniet hebben: de tekening en de brief vertonen inderdaad twee gaatjes op gelijke hoogte. 

Handtekening

Volgens kenners zette Hergé ook altijd zijn handtekening op een tekening als hij ze wegschonk, en die ontbreekt hier. Volgens Nick Rodwell heeft de uitgeverij Casterman de geweigerde tekening weliswaar niet gestolen, maar heeft ze verzuimd om die terug te sturen naar Hergé. Hij riep de erven van Casterman dan ook op om het werk terug te geven aan de rechtmatige eigenaar, Moulinsart: “De Blauwe Lotus hoort thuis in het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve. Dit is Belgisch patrimonium dat dreigt naar Frankrijk, Japan of de Verenigde Staten te verhuizen” zei hij voor de veiling. 

“Ze hebben geen been om op te staan” zegt Peter Janda, zelf uitbater stripwinkel Ademar in Gent en verzamelaar van originele striptekeningen, in “De Wereld Vandaag’” op Radio 1. “ In 1981 heeft Jean-Paul Casterman deze tekening zelfs uitgebracht als prent, op 100 exemplaren. Hergé heeft dat ook gesigneerd. Het is 1988 nog uitgeleend voor een tentoonstelling in Elsene en zelfs in 2013 aan het Hergé-museum voor een tijdelijke tentoonstelling. Dus ik begrijp eigenlijk niet waar ze moeilijk over doen.”

“In de jaren 70-80 hadden originelen weinig waarde. Zelfs een Hergé-tekening was echt niet zo duur als nu. Hergé heeft trouwens nooit verkocht, hij heeft weggegeven. Aan zijn uitgever, aan vrienden, aan kennissen en collega’s. Ze zouden over al die tekeningen moeilijk kunnen doen. Heel veel tekenaars hebben die trouwens gewoon uitgedeeld, omdat het geen waarde had. Dus nu, na meer dan 40 jaar zeggen: wij willen dat terug. Nee, dat is het niet.”