Media & Cultuur

“Hemelse 100 was top!”

“Op 9 oktober 1978 verliest België een van zijn grootste muzikale iconen. Jacques Brel bezwijkt in Parijs aan longkanker. Hij werd slechts 49 jaar oud.” Dat was slechts één van de vele mooie tussenkomsten op radio VRW Zuid-Limburg afgelopen zaterdag. De ‘Hemelse’ 100 richtte zich vooral op muzikale artiesten van het afgelopen jaar, maar had een opvallend scherp oog voor de grote klassiekers zoals Jacques Brel.

Met vier presentatoren en 100 songs wist radio VRW de dag voor Allerheiligen een dagvullend programma te brengen in coronatijd. Met muzikale kleppers als Marc Matthijs (Marc Davis, de Haspengouwse Marc Didden), Charline Steuckers (Dolce Cantokoor Alken) en Eddy Van Brabant werd een top-lijst samengesteld.

Jacques Brel

Brel was één van die 100 in de lijst.

Hij wordt op 8 april 1929 in Schaarbeek geboren. Zijn vader is medevennoot in het kartonbedrijf van zijn zwager. Na de middelbare school werkt Jacques 4 jaar lang in de fabriek. Het lijkt er dan op dat hij zijn vader zal opvolgen. In zijn vrije tijd legt hij zich toe op zang en toneelspelen.

In 1952 neemt hij een 78 toerenplaat op, waarop o.a. de liedjes ‘La Foire’ en ‘Il Y A’ staan. Om zijn carrière meer kans te kunnen geven verhuist Jacques naar Parijs. Hij wordt er echter genegeerd. Korte tijd later krijgt hij respons uit een onverwachte hoek. Jef Claessen van Omroep Limburg is onder de indruk van zijn muziek en kan hem overhalen om naar België terug te keren.

In 1954 ontmoet hij François Rauber en Gérard Jouannest, het zouden zijn hele carrière zijn muzikale partners blijven. Door zijn succes in Vlaanderen neemt Brel sommige liedjes zowel in het Frans als in het Nederlands op. Zijn vaak cynische teksten over het Vlaams-nationalisme werden hem niet altijd in dank afgenomen. In 1955 staat Brel in de Brusselse AB in het voorprogramma van de immens populaire Bobbejaan Schoepen. Het markeert zijn grote doorbraak. Brel treedt op van Moskou tot in de legendarische Carnegie Hall in New York. Hij heeft succes met nummers als ‘Le Moribond’, ‘Ne Me Quitte Pas’, ‘Bruxelles’, ‘Marieke’, ‘Amsterdam’ en Jacky. Zijn nummers worden gecoverd door o.a. David Bowie, Nina Simone, Scott Walker, Ray Charles, Frank Sinatra en Dusty Springfield.

Het zware tourschema van 300 optredens per jaar, gecombineerd met zijn drank- en rookgewoontes, drukken zwaar op zijn gezondheid. In 1967 besluit hij het rustiger aan te doen. Hij ligt zich dan meer toe op een acteurs- en regisseurscarrière. In 1974 trekt hij zich terug op Hiva Oa, een van de Markiezeneilanden. Hij houdt er zich vooral bezig met zeilen op zijn boot, de ‘Askoy II’, samen met zijn vriendin Maddly Bamy. Datzelfde jaar wordt bij hem longkanker vastgesteld. Hij neemt met ‘Les Marquises’ nog een laatste album op. Tussendoor pendelt hij voor medische behandelingen over en weer tussen Hiva Oa en Parijs. Uiteindelijk is zijn toestand zo slecht dat hij het Parijse ziekenhuis niet meer kan verlaten. Hij werd begraven op Hiva Oa, niet ver van het graf van de Franse kunstschilder Paul Gauguin.